lunes, 28 de octubre de 2013


The Kids – in memory of Lou Reed, 27 October 2013



Someone told they were discounting cassette tapes at the department store, a big table full of them. I went there over lunch hour, dug myself a way through piles of absolutely horrific music and just when I thought of calling it a day, thanks for the tip but no thanks, there it was. A tiny, yellow orange rectangular. Lou Reed, Berlin. I had known about Lou Reed since a couple of weeks, listening to Transformer and Sally Can't Dance, but was still blissfully unaware of any of his other feats. Berlin sounded good, though. Song titles like Men of Good Fortune and How Do You Think It Feels carried lots of promise as well. I firmly grabbed the cassette, smiled at the man posing as security and when he looked the other way let the box slide into my coat's pocket.
At home I had trouble making sense of it all. I didn't get most of the lyrics and found the music not as easy and rocky as I had hoped it would be. But my pride for having nicked this gem was not to be undone. I told my older brother, this is Lou Reed, he is the best and I stole the tape. Stole it? my brother inquired. Sure, I said, it's worth way much more than a few lousy guilders, so why not take it for free? I felt having gone through the risk of getting caught paid infinitely more tribute to the music's greatness than money ever could.
Next day as I listened through the whole album again, during The Kids a surprise awaited me. The music suddenly stopped and my brother's voice was heard through my boy's room speakers. Remember, my friend, cheats never prosper. After a short silence Caroline's crying children took over again. That fuck of a brother of mine had messed up my music!
I nevertheless kept playing the tape until the sound had completely faded (this happened to cassettes in those days) and replaced it with the cd many years later. I still listen to it regularly and I still feel good every time I recall how I made this music mine.

For a comprehensive movie on Lou, check out this link: Rock and Roll Heart





viernes, 25 de octubre de 2013

We zijn erbij! Spanje toch ook beluisterd door de NSA. Bijna dreigden we te klein te zijn, zoals ook de aanzit aan de G20 niet vanzelfsprekend was. Ik herinner me dat destijds ook Nederland om zijn plekje vocht en Spanje vooral vreesde door het toch beduidend kleinere Nederland voorbij gestoken te worden. Gelukkig werd er gauw een G22 van gemaakt en kon iedereen erbij zijn. Nederland ook deze keer van de partij?

martes, 3 de septiembre de 2013


Your Trip Was Full Of Strange Animals






sábado, 22 de junio de 2013

 



In Barcelona, the British wartime Ceep Calm poster made its appearance last year in support of the independence movement. Ceep Calm And Speak Catalan, the original T-shirt read. As I'm not Catalan but do believe in local solutions for world wide problems, Vijoux made me this print. Feel free to like it while contemplating your own position.

jueves, 30 de mayo de 2013

OERWOUD FRAGMENT



Er lopen meer mensen op straat, een prima excuus om verder te gaan. Tegen een gestaag druppelende stroom vluchtelingen in (dat moet het toch zijn) arriveren ze bij het adres waar Toni Gay zou wonen. Op hun bellen wordt niet opengedaan. Op kloppen evenmin.
Er is niemand. Kom.”
Ik moet het zeker weten. Joan! Joan, schatje, ben je daar? Ik ben het!”
Schreeuw niet zo.”
Op de eerste verdieping is zachtjes een raam opengegaan.
Wie ben je,” vraagt een kalme stem.
Mireia kijkt omhoog. Ze kan geen gezicht of gestalte onderscheiden in de schaduw die over deze zijde van de straat is gevallen.
Ik ben Mireia. Ik zoek Joan.”
En wie is hij?”
Hij heet Pau. Hij is mee voor de veiligheid.”
Wacht daar.”
Na vijf lange minuten wordt de grendel voor de garagedeur weggeschoven. De deur gaat op een kier en dezelfde stem zegt: “Jij komt binnen, hij blijft buiten.”
Sorry, Pau.”
Ik snap het. Ik wacht hier op je.”
Nee, ga weg,” zegt de stem. “Kom over een uur terug.”
Pas als Pau zich heeft verwijderd gaat de deur ver genoeg open om naar binnen te kunnen glippen.
Ben jij Mireia?”
Ze staat tegenover een oudere, gedrongen versie van Joan, dat kon niet missen. Hij droeg een wijde ribfluwelen broek en een mouwloos hemd, in oudgewassen bruin en geel.
We zijn samen opgepakt door de politie en ieder in een cel gezet en ik ben vanochtend vrijgelaten, maar van Joan weet ik niets. Ik dacht, misschien is hij hier naartoe.”
Jij bent in een cel gezet, zeg je.”
Ja.”
Hij nam de tijd om naar haar benen te kijken en daarna naar de rest van haar lijf.
En dat kom je me vertellen.”
Ja.”
Hij keek haar in de ogen en lachte een nog redelijk sterk gebit bloot.
Toni Gay. Kom mee naar boven, daar kunnen we zitten.”

Toni zet thee en Mireia maakt kennis met Llima Pardals, een dikke vrouw met grote rode krullen van ongeveer haar moeders leeftijd. Lang zo mooi niet als Clara, dacht Mireia.
Joan komt hier wonen,” vertelt Llima.
Mireia knikt.
Wat hadden jullie gedaan,” vraagt Toni uit de keukenhoek van de met gordijnen in vertrekken gedeelde open ruimte. Ze zitten onder het raam in een oude leren ikeabank, Llima als een kat in haar hoek opgekruld en zij met haar armen uitgespreid, voor het contrast.
We zijn Montjuïc opgegaan en daar blijven hangen om naar Poble Sec te kijken. Daar kom ik vandaan.”
En opgepakt.”
Radar.”
Toni grijnst.
Wat had je dan gedacht.”
Komt Joan niet,” vraagt Llima.
Ze schudt haar hoofd.
Hij had een nachtkijker bij zich.”
Wat zeg je?”
Een nachtkijker.”
De mijne, ja. Die lul, hij heeft niets gezegd. En het is stom ook, want dat gaat hem aangerekend worden. Heeft de politie nog iets tegen jou gezegd.”
Mireia schudt haar hoofd, achteruit gedrongen door Toni's jongensachtig agressieve manier van praten.
Mijn vader heeft drieduizend betaald.”
Voor jouw vrijlating?”
Toni deelt thee rond en gaat tussen hen in zitten, tegen Llima’s volle lijf aan, net ver genoeg van haar vandaan om zijn zweet niet te hoeven ruiken.
Hoor je dat, lief? Drieduizend voor een lichte overtreding. Wat zou die jongen van mij waard zijn?”
Vijf top zes,” gelooft Llima.
Hebben we dat nog ergens?”
Het zal wel moeten, hè?”
Dat vindt ze wel weer sympathiek van Llima.

Ze drinken hun thee met melk en honing. Toni en Llima delen een pijpje marihuana.
Ik niet, schudt Mireia.
Durf jij naar het politiebureau te gaan,” vraagt Toni.
Ik ben er al geweest.”
Deze keer met geld om Joan los te kopen.”
Dat durf ik wel,” knikt ze.
Toni trekt een brede grijns en zijn gezicht lijkt opeens twintig jaar jonger. Toni is nogal een mooie man.
Je bent een stoere meid, jij. Hoor je dat, lief, Mireia gaat Joan uit de gevangenis bevrijden en dan gaan ze samen op avontuur in deze absurde wereld die we ze nalaten.”
Wat romantisch,” vond Llima, langzaam met haar ronde ogen draaiend.
Toni zag dat het Mireia te lang duurde, allemaal.
Geef me je telefoon, dan boek ik het geld over.”
Ze stelde haar toestel op de gewenste optie in en overhandigde het aan Toni. Toni toetste een reeks cijfers in, waarna een piepje en een riedeltje weerklonken.
Alweer gedaan,” zei hij toen hij haar telefoon teruggaf.
Hij rommelde in een kistje dat naast de bank op de houten vloer stond.
Dit medaljon is van Joan. Hij wil het niet dragen, maar hij moet het wel hebben. Zijn ouders staan erin.”
Mireia hing het blikken medaljon zonder gluren om haar hals.
Wat gaan jullie doen. Vluchten jullie voor de muur?”
Toni schudde zijn hoofd. “Waar zouden we naartoe moeten? We zien wel wat er op ons af komt.”
Er is voor de hele winter maría,” riep Llima tegen zichzelf.
Met een kus nam ze afscheid van Llima, er kwam een zoetgeurende warmte van haar af, en volgde Toni de trap af naar buiten. Er was een goed half uur voorbij en Pau was nergens te bekennen.
Je vriendje moet zichzelf maar redden,” zei Toni toen hij haar zag kijken.
Zwijgend liepen ze in tegenovergestelde richting de straat uit en dan naar beneden, naar Joanic.
Het barst hier van de politie.”
Die zijn onze redding, let maar op. Niemand wil in het bijzijn van zijn collega’s tegen een man en een meisje tekeer gaan. Hou je maar een beetje jong, dan doe ik het woord wel.”
Niets in zijn stem deed vrezen dat hij niet zou slagen in hun missie. Ze pakte zijn arm beet zoals een schoondochter dat doet en keek recht voor zich uit, voorbij de agent die hun de weg kwam versperren.
Zo laat nog de wijk uit?”
Het is nog geen vijf uur. Ik breng de vriendin van mijn zoon naar de metro.”
Dat kan uw zoon zelf niet doen?”
Die is op dit moment druk. Waar bemoeit u zich trouwens mee?”
De vragen stellen wij.”
Het was zoals Toni had gezegd, een drietal agenten stond grijnzend toe te kijken hoe de collega het er vanaf bracht. Toen de onvermijdelijke vraag naar het ideenummer kwam, herinnerde Mireia zich dat ze hier niet hoorde te zijn en dat ze vrijwel zeker stond aangemerkt. Ze keek opzij naar zomaar een gevel, Joanic is niet het mooiste plein van de stad, om haar schrik ergens op te kunnen richten.
De agent had het al gezien. Hij gaf haar idee aan een robocop. Die zag meteen dat ze heet was en richtte een pistool op haar, een loopje dat met een zacht geluid uit zijn buik kwam zetten.
Dat is niet nodig,” vond de agent.
Ik heb haar gevraagd onder alle omstandigheden langs te komen,” zei Toni. “Ze heeft op mijn verzoek de wet overtreden.”
Had ik u iets gevraagd?”
Ja, dat is zo wel goed, zeg!” viel Toni uit. “Ze is nog geen achttien, zoals u kunt zien, en ik ben verantwoordelijk. Dus ik voer het woord.”
De agent wist even niet wat hij dan weer moest zeggen.
De stilte werd snel opgepikt door het toekijkend trio.
Oye, José, bezorgt haar schoonheid problemen?”
Gelach en José gebaart dat ze door kunnen lopen.
Maar meneer verwacht ik vanavond terug.”
Worden we soms afgesloten?”
Over zulke kwesties mogen agenten niet spreken, dat weet u onderhand wel, meneer Gay. Ik reken op u.”

Je mag die ene schreeuwlelijk wel dankbaar zijn,” zei Toni toen ze Sant Joan inliepen.
Ik had er helemaal niet aan gedacht. We werden tegengehouden en zijn daarna met een omweg naar jou gegaan. Twee omwegen.”
Toni knikt. “Misschien was het maar goed dat ik er niks van wist. Wat gaan jullie straks doen?”
Je bedoelt dat Joan niet bij je komt wonen?”
Dat kan nou niet meer. Jullie komen er nooit in.”
Zien we elkaar nog?”
Toni drukte haar tegen zich aan. “Geen idee, kind. Geen idee hoe het straks zal zijn. Er is een aspect dat weinig aan bod komt wanneer het over de gesloten gebieden gaat. Wat gebeurt er met de oude afscheidingsmuren? Ze zullen ze wel niet afbreken, maar halen ze de stroom eraf of blijven ze in functie? In het laatste geval komen wij hier in een heel klein hoekje terecht.”
Je bedoelt dat het, hoe heet het …”
Ghetto’s zijn. Dat mag je niet uitsluiten. Er is in die paar jaren die we serieus met deze crisis aan de gang zijn zoveel verschrikkelijks gebeurd en met zo’n ijzeren logica, dat er nog heel veel ondenkbaars werkelijkheid gaat worden. Het is een onstopbaar systeem dat alleen aan zichzelf ten onder kan gaan.”
Joan zegt dat we alleen in gesloten gebied kunnen overleven. Dat aan onze kant niemand toekomst heeft.”
Toni liet hun voetstappen klinken tot ze knerpten in een vlokje zand, een zalig ouderwets geluid.
Daar heeft hij gelijk in. Maar er zullen niet heel veel plekken zijn waar het werkelijk goed toeven is, een plek met toekomst. Jullie zullen je best moeten doen en geluk hebben, om zo’n plek te vinden.”
Omdat het bij deze ene ontmoeting zou blijven, grifte ieder woord zich in haar herinnering. Wat doe ik als ik hem niet vrij krijg, dacht ze, maar ze durfde het niet te zeggen.
Toni hield stil bij de bushalte.
Neem de bus,” adviseerde hij. “Die gaat dezelfde kant op en is een stuk aangenamer.”
Ze namen afscheid toen lijn 15 de bocht om kwam rijden.
Het ga je goed, Mireia Conçales. Leuk je ontmoet te hebben. Ik hoop dat jij en Joan je aan elkaar optrekken.”
Hij zoende haar op beide wangen.
Bedankt voor alles. Ik vond het ook leuk het nieuwe huis te zien dat nou niet doorgaat.”
Toni slikte zwaar.
Doe hem de groeten, wil je. Vertel hem dat zijn vader van hem houdt.”
Daarna draait hij zich om en loopt weg, zonder haar reactie af te wachten. Ze houdt de bus aan, verder niemand hier, en vindt een plekje in de achterzwaai, naast een kwaad kijkende bejaarde vrouw.


UNANSWERED QUESTIONS



The other week the subterranean traveller was watching the nine o'clock news, as he often does, and he was thrown right into a police chase, or manhunt, as it's called these days. The police of Boston Massachusetts USA were after a young man, a teenager really, whom they suspected of complicity in the bombings at the finish line of the city's previous weekend's marathon race, a heinous act which would kill three people and wound multiple others; since the scrap filled bombs exploded sideways, mostly by cutting into ankles and legs, often so severe amputation was necessary. The traveller, having heard of the story before, had ceased to be disgusted by the apparent senselessness of the act. He started wondering about some of the other characteristics surrounding this miserable deed and its aftermath.

Firstly, he asked himself: why does a manhunt in the greater Boston area receive 15 minutes coverage on prime time Catalan evening news? Check for a sample operació policíaca de Boston . And after he had zapped some channels, why was it shown on all available news channels in his area, either national or regional, commercial or government controlled? Hadn't anything worthwhile happened in Spain that day, perhaps? The ever deepening crisis, ups and downs along a descending slope; the ongoing revelations about the illegal financing scheme of partido popular, with its leadership denying undeniable facts for a response; the daily refreshed list of minor corruption cases around the country; the never ending struggle between Catalunya and Spain, currently involving the educational system, budget tightening beyond repair and the possibility of Catalan independence as an answer to Madrid's inability to address the issue of a strongly felt need for greater Catalan autonomy; had all these topics suddenly been resolved or simply lost their importance? And knowing the answer to be an absolute no, since none of these problems had been dealt with nor would they ever in a satisfying and intelligent way, the subterranean wondered in how many countries around the globe news stations were airing the same live footage of thousands of police and military troops hunting down a lonely and in all likelyhood severly wounded 19 year old, a university student not previously known for his fighting skills or love of arms. How many people on planet Earth had been following the Boston hunting party on their tv screens?
Why is it so important we all share the same negative experience, the traveller asked. Would the citizens of the world perhaps frequent Mc Donald's more often if they were fed American crime in stead of learning about what's happening in their own town or country?

The subterranean traveller kept watching until he couldn't stand all the shouting and profiling any longer and then turned to the internet for further detailing. And that's when new questions arose, dozens of unanswered and perhaps difficult to answer questions. He wondered, why would somebody want to bomb a marathon? Why would somebody who presumably aimed to hurt American citizens for what the US is doing to Iraq and Afghanistan, choose a local sports event known for its international participation? Then the young man and his older brother, already killed it seemed, were suddenly linked with Chechen nationalism and the traveller wondered, where's the win situation in making an issue of that?

The traveller got into detail of the narrative, the official one that is, with some commentators warning not to believe everything being told, and he became instantly overwhelmed with new questions. Everything seemed so bizarre. Why was there a fire drill going on when the bombs exploded, a type of coincidence now almost habitual whenever a terrorist attack occurs? Why had the FBI been in contact with the elder brother for at least two years, encouraged him to seek spiritual refuge in militant islamism, yet failed to notice his apparent radicalisation towards terrorist attitudes?

Why was it, that after the initial confusion only one narrative stood to be played out? How did the police know the two men seen walking away were definitely the ones they were looking for? Why did all this remind the subterranean of the London bombings in the summer of 2005, where a couple of youngsters carrying backpacks were identified as the perpetrators and then after police shot the wrong guy nothing much was heard of them anymore?
The subterranean traveller asked lots of questions and received very few answers. Can anybody tell him why police these days must look like the military while the military look like invaders from Mars?

The traveller asked other types of questions as well. Like, why do people collectively lock themselves up in their homes to let state hunters have a free go at a nineteen year old kid on the loose, a local university student whose involvement in the bombings is far from proven, just a suspect police would like to ask some questions?
Did the people from Watertown realise they had given the corporate politburo which passes for government these days free rein to hunt down one of their own, a young student who had lived in the region all his teenage life?
Do the dear people of Watertown understand this posture is not so different from how the good citizens of Germany let the nazi's quietly go about their particular manhunt, starting off on questionable yet strongly promoted moral issues in combination with incidental killings and then escalating upto a level which came to involve each and every once good citizen, the initial righteous fever soon girating into a dark desire to fully exterminate, in modern lingo to finish the job?

How do you make a young man who is seriously wounded in his throat, not able to speak and heavily drugged, produce a coherent chronicle of events in which he states how his elder brother persuaded him to participate, by merely nodding and shaking his head? What kind of questions does one ask a person who can only nod and shake in order to write an exciting, convincing and not nearly original story of two self-radicalised jihadist brothers acting on their own, the elder the initator and the one who would get shot, the younger influenced by his sibling and the one who fled away from the shoot-out in which his brother had been killed, starting a wild fox hunt in which one lonely wounded fox was hunted down by thousands of science-fictionally armed dogs – a story so near yet not precisely ! at the heart of people's expectations, that it manages to captivate the imagination of millions the world all over?

Such things he was thinking about, and he wondered who'd next be hosting the travelling mad war machine. Is it likely there are bets going on? How much does one make from getting it right? Is this why our politicians sell us out, because they are promised their good share for dirty work delivered? El puto máster of the universe, the one-up bandit, who is catching all the headlines today, is after all like most headline makers small bite compared to the real profiteers of destruction: those who believe they have the means to survive whatever is coming.

Inevitably, he turned sentimental. The subterranean often gets sentimental when truth closely appears. He asked himself a different kind of question, again. Honest emotions started running him over and the traveller made himself believe a good outcome merely depended on collective intelligent thinking, if anything else. Did the peoples of the world realise their leaders had stopped being decisive to their fate and that it all had become a matter of financial interests being played out? And if so, wasn't it time people stopped the machine? Isn't it time people stopped the machine?

With love,

The Subterranean Traveller

sábado, 27 de abril de 2013

GELEENDE TIJD FRAGMENT


Het eerste wat hij herkent op straat is het zonlicht, dat langs de Spaanse oostkust uit meerdere hoeken tegelijk lijkt te komen en waaraan Barcelona een vaaloranje waas op het door de tijd gekleurde stucwerk van haar muren toevoegde. De herkenning jaagt een verrukkelijke adrenalinestoot door zijn aderen. Hier is hij geweest, ook dit hoort bij zijn leven. Het verbaasde Wik dat hij het na zoveel jaren nog wist en als vanzelf vroeg hij zich af of zijn enthousiasme niet met hem op de loop ging door voor een herinnering te houden wat hij op dat moment waarnam. Hij was nooit eerder met de slaaptrein uit Parijs op Estació de França aangekomen, nooit eerder deze stationshal uitgelopen.
Door de openstaande deur van de restauratie was de geur van verse koffie komen drijven. Hij is bekend met de aangename sensatie om voor het eerst in lange tijd aan een met metaal beslagen bar aan te schuiven en tussen morsig rokende mensen een naar vakantie ruikende kop koffie te drinken, maar hoewel hij alweer vijftien jaar geleden voor het laatst in Spanje is geweest weerstaat hij de verleiding van de ongetwijfeld wat willekeurige en niet ten volle bevredigende herkenning. Hij wil eerst zijn bivak op orde krijgen en een douche nemen, daarna is er voldoende tijd voor koffie op een terras. Hij had via internet een kamer geboekt en telefonisch beproefd of alles in orde was, tot verwondering en lichte ergernis van de stem aan de lijn. Blijkbaar werd zijn zorgvuldigheid als een belediging opgevat.
De brede straat voor het station liep naar rechts dood op de ingang van het stadspark, dat kende hij wel, en verdween naar links tussen lange rijen hoge palmen. Daar ergens in de verte begonnen de Ramblas met hun talloze vuile stegen en het Plaça Reial waar je hasj kon kopen. Hij moest zich inhouden om niet de straat over te steken en willekeurig een steeg in te lopen, op zoek naar plekken en geuren die hij kende, op zoek naar herinneringen aan Laia Bonet.
In een taxi laat hij de stad aan zich voorbijglijden, om te beginnen de haven en de oude visserswijk Barceloneta waar ze een keer vis waren gaan eten. Na een paar rechtse bochten rijden ze een lange door hoge wanden omzoomde kloof in. Dit is de Via Laietana, weet hij, een kaarsrecht door de binnenstad getrokken verkeersader die het oude patroon van smalle donkere stegen genadeloos in tweeën snijdt. Van de huizen en van wat er op straat gebeurde herkent hij niet veel. Ze waren vaak hierachter te vinden geweest, Laia en hij, in de duisternis waar de drank goedkoop was, en natuurlijk in de buurt waar ze werkte en in de vergeten flatwijk waar ze woonde. Aan het eind van de binnenstad maakt de straat een slinger omhoog. De taxi steekt een plein over dat hij denkt te herkennen. Hier stapten ze meestal uit de metro, hij op zijn espadrilles en in zijn wijde zwarte katoenen broek, Laia in iets wat haar lange honingkleurige benen liet zien.
Hij voelt hoe tientallen beelden, geuren, geluiden en gedachten in zijn hoofd loskomen. Nog waren ze ongrijpbaar, onrijp zo je wilt, tot niet meer in staat dan hem vertellen dat hij hier eerder was geweest. Straks zouden de details loskomen en daarmee de verhalen, daarmee een zomermaand drieëntwintig jaar geleden toen hij jong was geweest en haast niks wist, drijvend op zuivere energie. Hij herkende zijn gedachtenpatroon, want hij was uiteraard vaker ergens teruggekeerd, al was hij niet eerder zo lang weggebleven.
Voorbij het plein rijden ze de Eixample in. Hij kent deze straat niet maar hij herkent de kunstig bewerkte gietijzeren balkonhekjes en de gevelversieringen en de kenmerkende afgesneden hoeken van het vierkante stratenpatroon. Hij is terug in Barcelona, terug in de stad waar hij nooit met Nadien naartoe heeft gewild omdat deze stad al van een ander is. Hij ziet een meisje op een scooter vlak voor een vrachtwagen langs schieten en hij wil heel even bij haar achteropzitten.
O zalige rotstad,’ giechelt Wik, ‘wat hebben we lang op elkaar gewacht.’
Zijn hotel bevond zich in een straat die Mallorca heette en die ze via een kleine omweg bereikten. Het ritje kostte zeven euro, een bedrag waarvoor ze je in Amsterdam al niet meer lieten instappen. Hij had tot negen aangevuld, zich door de verheugd kijkende chauffeur zijn koffer laten overhandigen en wat geluiden gemurmeld die voor een vriendelijk afscheid konden doorgaan. Hij wachtte tot de taxi was weggereden en richtte zijn blik omhoog. Op wat hem de vierde leek was een klein uithangbordje met het woord pension en twee asteriksen haaks aan de muur bevestigd. De website had van de derde verdieping gesproken, maar het huisnummer klopte dus daar zou het dan wel wezen.
De donkerbruin geverfde zware houten buitendeur stond aan. Hij ging naar binnen en kwam in een kleine hal met een liftdeur en een trap. Achter een glazen wandje zat een vroegkale jongeman met tegenzin een sigaret te roken.
Hotel Palma?’
De jongeman knikt, wijst naar de lift en steekt drie vingers op. In de lift is naast het knopje van de derde verdieping een naambordje met Palma geschroefd. De derde. Had hij zich soms verkeken? Dat is Wik niet van zichzelf gewend.
De antiek ogende lift zoefde geluidloos naar boven. In de receptie trof hij een rijk met goud behangen dame, anders wist hij het niet te omschrijven, met een groot zwart kapsel en twee enorme borsten die als vliegtuigneuzen de wereld instaken en die hem onmiddellijk herinnerden aan de gepolitoerde atmosfeer bij een vriendje thuis, heel lang geleden, die een even rijk bedeelde moeder had. Wik was er nooit voor het vriendje gekomen en zelfs niet voor de prachtige racebaan maar altijd voor de kietelende kalmte die hem overkwam wanneer de moeder over hem heenboog en vroeg of hij limonade lustte.
Hij merkt hoe de onzekere spanning waarmee zijn reizen zijn omgeven, die aandacht voor het welslagen van de onderneming die hem de toevalligheden van het dagelijks leven over het hoofd doet zien, zijn lijf inmiddels geheel heeft verlaten en heeft plaats gemaakt voor triomfantelijke opluchting en een duidelijk waarneembare uitbarsting van euforie onder zijn schedeldak. Met een zwierig gebaar overhandigt hij zijn paspoort aan de gastvrouw, kijkt aandachtig toe hoe haar dik geworden hand het potlood omklemt waarmee ze zijn komst in het gastenboek bevestigt, denkt aan de niet erg waarschijnlijke mogelijkheid dat ze hem zou uitnodigen in een met kussens belegd ledikant van haar rijkdom te proeven en laat zich in voorzover hij kan beoordelen accentloos Frans zijn kamer wijzen, twee verdiepingen omhoog via de trap binnendoor.
Merci,’ zegt Wik, daarmee de mogelijkheid openlatend dat de rest van hun conversatie in het hem al even vreemde Frans zou verlopen.
Zijn krap bemeten kamer is voorzien van een gemetseld badkamertje en ligt direct onder het dak, waardoor zijn raam inderdaad een raam is en niet, zoals hij had gehoopt, een openslaande deur naar een balkon. De straat diep beneden loopt naar beide zijden kaarsrecht door en verdwijnt kilometers verderop in een vuile stofnevel, ziet Wik wanneer hij zijn hoofd naar buiten steekt. Brommergeluiden en claxons vullen zijn oor. Als dit de vijfde is, dan heeft hij zich dus werkelijk verteld. Wat gek. Wanneer hij straks buiten stond moest hij nog maar eens kijken. Een handvol blokken naar rechts steken de overbekende torens van La Sagrada Família boven de gevels uit. Op een snikhete augustusdag hadden Laia en hij over een smalle stenen wenteltrap een van die torens beklommen om van het uitzicht over de stad te genieten, dat wist hij opeens weer. Het gevoel van triomf verdiept tot een ternauwernood onderdrukt verlangen om als een jongen van achttien die voor het eerst alleen op reis is met een luide schreeuw zijn aanwezigheid kenbaar te maken. De zon schijnt op de huizen aan de overkant en een lang gemiste hitte is druk bezig de ochtend op te warmen.
Zijn verblijf hier ging een langdurige confrontatie met drieëntwintig jaar geleden worden, met Laia en de Wik die hij toen was, zo onvermoeibaar allebei en zo strak in hun vel. Hij had zich voorgenomen er niet bang voor te zijn. Liet het maar gebeuren, hij was inmiddels oud genoeg om met mededogen op zijn jeugdige bokkensprongen terug te kijken en de Laia van toen bestond ook niet meer, nauwkeuriger gezegd de Laia van nu bestond voor hem niet. Aan zinloze bespiegelingen over de vraag of hij haar zou herkennen als hij Laia bij toeval tegen het lijf liep had hij zich de dagen voor vertrek al voldoende overgegeven. Daaraan, had hij zich voorgenomen, zou hij zich niet meer schuldig maken. Wat hij zocht was wat hij toch niet kon ontlopen en dat was het avontuur van toen. Eens kijken wat er allemaal in zijn herinnering zou willen terugkeren.
Hij doet zijn schoenen uit, beproeft het eenpersoonsbed en klikt met de afstandsbediening het tv-toestel aan dat hoog in een hoek van het kamertje hangt. Een nieuwsprogramma vertelde dat het kwart over negen was. Om twaalf uur begon zijn congres, met inloop vanaf kwart over elf. Hij kijkt een tijdje naar de nieuwsbeelden, stelt vast dat de taal geen Spaans kon zijn en dus Catalaans is en komt overeind om zich op te frissen.
Hij schoor zich zorgvuldig, douchte vervolgens eerst heet en daarna koud, en liet zich op zijn handdoek op bed liggend langzaam opdrogen. Opnieuw keek hij televisie, deze keer naar enkele Spaanstalige zenders. Buitenlandse zenders vond hij niet. Toen hij droog was trok hij een onderbroek met korte pijpjes aan en streek met het van huis meegebrachte oude Hema DDR-strijkijzer zijn overhemd voor die dag. Een over het schrijftafeltje uitgespreide schone handdoek diende als ondergrond. Best mogelijk dat er strijkgerei in het hotel voorhanden was, maar Wik had het risico niet willen nemen dat hij onverhoopt hals over kop een stomerij moest zoeken waar hij dan met de drie woorden Spaans die hij machtig was mocht vragen of men hem een voorrangsbehandeling kon geven.
Om half elf was hij klaar. Hij droeg een blauwgrijs pak in vroege jaren zestigstijl, een overhemd met donkerrode rozen en roodbruine puntschoenen met een stevig hakje. Aan de middelvinger van zijn linkerhand stak een zilveren ring met een groene steen. Zijn wangen geurden naar Calvin Klein en zijn haar was met gel in klassiek-Spaanse stijl achterover gekamd. Zijn inhammen waren op deze manier goed zichtbaar, maar hij ging voor deskundig door en dan mocht hij best op leeftijd lijken, vond Wik. In zijn kalfslederen kantoortas zaten zijn uitnodiging, zijn agenda en mobiele telefoon, een notitieblok en een map met de uitdraai van zijn lezing, en in het voorvak zijn vulpen en een geheugenstokje met een powerpointpresentatie van de hoofdpunten uit zijn toespraak. Het had hem niet nodig geleken zijn eigen laptop mee te zeulen.
Gereed voor de dag en met een beginnend gevoel van spanning om zijn optreden was hij de trap afgelopen. De dame van de receptie glimlacht hem goedkeurend toe. Hij kon de hele nacht inlopen, vertelt ze wanneer ze de sleutel van hem overneemt en daarbij met opzet even zijn vingers aanraakt. Wik besloot de lift te versmaden en de stenen trap rondom de liftschacht af te lopen. Een verdieping lager kwam hij op de segundo piso, aldus het bordje boven de liftdeur. Het huis had voorlopig gelijk. Na de tweede volgde de eerste en na de eerste kwam la planta principal. Kijk aan, mompelde Wik, de hoofdverdieping, dat hadden ze er niet bij verteld. Daarna was hij er nog niet. Pas na de entresuelo, de tussenverdieping, kwam hij in de vestibule aan. De derde was hier dus de vijfde en zijn kamer lag op de zevende.
Op straat keek hij eerst eens goed omhoog. Dat was zijn raam daar in het rechter erkertje. Wik telde vijf verdiepingen onder de goot. De grote erker zou wel bij de planta principal horen, een naam die verplichtingen schiep al met al. Maar waar was dan de entresuelo? Ging die inderdaad verscholen ergens tussen begane grond en hoofdverdieping? De afstand totaan de erker was er groot genoeg voor. Vanavond bij terugkomst maar eens vragen.
Hij ging rechtsaf en liep op de volgende hoek een krap bemeten café binnen waar hij aan de bar om een kop koffie met een scheutje warme melk, een cortado, en een croissant vroeg. In afwachting van zijn bestelling ging hij aan een tweepersoons tafeltje bij het raam zitten. Hij bedwong de neiging om bij de twee vrouwen aan het tafeltje naast hem een sigaret te bietsen. Roken kwam vanmiddag wel, tijdens de informele nabespreking, zoals het congresprogramma het noemde, of anders aan het gastendiner. Hij onderdrukte tegelijkertijd de plotseling oplopende onrust in zijn darmen. Hij hoefde voor zijn geluk niet afhankelijk te zijn van het succes van zijn bijdrage, hield Wik zichzelf voor. Hij was maar een buitenlandse gast, een deskundige weliswaar, die een voor hem overbekend verhaal ging afsteken in het Engels, een taal die hij voldoende beheerste om te zeggen wat hij wou. Hij kende zijn materie en er waren bij zijn weten geen andere Nederlanders uitgenodigd, dus wie zou zijn woorden in twijfel moeten trekken? Hij had een grapje paraat om het ijs te breken, mocht dat nodig zijn, en als extern deskundige was het zijn taak om een afwijkend geluid te laten horen, daar was hij immers extern voor. Er kon hem al met al weinig gebeuren.
Op het uit de hotellobby meegenomen stadskaartje ziet hij dat het een goed kwartier lopen moest zijn naar het Casa Convalescència, het voormalige herstellingsoord van het Hospital de Sant Pau waar het congres werd gehouden. Hij zou langs La Sagrada Família lopen, eens zien wat hij daar allemaal herkent, dan over een diagonaal door het vierkante grid snijdende laan en verder langs de buitenmuur van het ziekenhuis. De klassiek geklede ober, zwarte broek en zo vroeg op de dag al enigszins morsig wit overhemd, brengt hem zijn koffie met croissant. Gulzig neemt hij een eerste slok. Je kon tegenwoordig overal in Amsterdam Italiaanse en Spaanse koffie krijgen, maar deze smaakte toch anders, dieper, en met een scherper oog voor de verslaafde gebruiker gezet. Thuis en op kantoor maakte hij filterkoffie, op de ouderwetse manier met een keteltje, omdat hij gelooft dat hij het beter kan dan een machine en omdat die paar minuten inspanning altijd van pas kwamen om ontspannen over een of andere kwestie na te denken.
Zijn koffie slurpend en van de gesuikerde en erg droge croissant knabbelend vult hij de tijd met een nadere bestudering van de kaart en met gluren naar de twee vrouwen, die in voorovergebogen gesprek zijn verwikkeld. Ze zijn blond en tenger en gaan zomers gekleed, de een in een mouwloze jurk en een sjaaltje en de ander in een wijde broek en een asymmetrisch sluitend bloesje en een sjaaltje. Wik houdt ze op eind dertig, de leeftijd van Nadien. Ze gedragen zich met het grootsteedse gemak dat hij uit Amsterdam-Zuid kent, het gemak van zeg maar een gegarandeerde bankrekening. De vrouwen wisselen in hoog tempo informatie uit, voorzover hij kan beoordelen; toch lijkt de sfeer tussen hen ontspannen.
Zijn ogen gleden weer naar de kaart. Waar het vierkante grid eindigde werden de straten smaller en willekeuriger. Barcelona was een langgerekte stad die lag ingeklemd tussen de zee en een hoge heuvelrug. Een volgebouwde en in oppervlakte betrekkelijk kleine stad ook. Wik voelde instinctief aan dat de betere buurten tegen de heuvel op zouden liggen en dat de migrantenwijken aan de uiteinden van de lengteas te vinden waren, waar hij vanuit zijn hotelraam die smog had gezien en waar volgens de kaart een hele reeks van met heiligennamen getooide voorsteden lag.
Wik had zich niet nader in de stad willen verdiepen, omdat hij zonder voorkennis en vooroordeel over de situatie geïnformeerd wenste te worden. Eerst maar eens horen wat ze te vertellen hadden, hoe de analyse luidde en welke plannen men had, dan kwam zijn eigen indruk vanzelf wel. Hij had geleerd dat voorbereiding gemakkelijk tot vooringenomenheid leidt. Hij was al te vaak geconfronteerd met dichtgetimmerde plannen waarop zijn welgemeende deskundigheid geen enkele invloed had. Het was een politiek die zijn grote ergernis kon wekken en waaraan hij zich om die reden niet schuldig wenste te maken.
Bij het verlaten van het café slaagt hij erin de blik van de naar hem toegekeerde vrouw te vangen. Hij ziet tot zijn genoegen het alledaagse misprijzen in haar ogen van kleur verschieten. Met een tevreden grijnsje wandelt hij naar buiten. Altijd weer prettig om goedkeuring te oogsten.

Bestel Geleende Tijd voor vijf euro bij jpjhamminga@gmail.com
of vraag het eerste hoofdstuk ter proeflezing aan en bestel pas later.
Blijf empty planeta bezoeken voor postkapitalistisch leesvoer.